Twee werelden

20-05-2018 Nieuws Wilma Hollander

VLAARDINGEN – Op zondag op Vlaardingen24: Vlaardingers in den Vreemde! Vlaardingers die de Haringstad achter zich hebben gelaten om elders in de wereld hun geluk te zoeken, geven bij toerbeurt een kijkje in de keuken van hun leven 'in den vreemde'. Maak kennis met Cora Vlug (Verenigde Staten), Marijke Bozzano (Italië), Marijke Persijn (België) en vandaag met Wilma Hollander (Griekenland).

Hoe het andere schrijfsters vergaat, weet ik niet, maar als ik een boek schrijf, leef ik in twee werelden: de echte en een fictieve. Dat is knap lastig. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor mijn omgeving. Dagen en data zeggen me weinig meer, behalve de deadline-datum van mijn roman. Die staat in mijn geheugen gegrift, want als ik dat manuscript niet op tijd inlever, loopt de hele planning van de uitgeversredactie, productie en marketing in de war en dat wil ik niet op mijn geweten hebben. De buitenwereld vervaagt. Feestdagen komen en gaan zonder dat ik me feestelijk voel. Ik sta op met mijn hoofdpersonen en ga met ze naar bed. Oké, niet letterlijk natuurlijk,  hoewel... wil je een echt goeie scène schrijven, dan moet je je helemaal onderdompelen in wat de heldin meemaakt. Op liefdesgebied zorg ik er dus over het algemeen wel voor dat ik aantrekkelijke mannen uitzoek voor mijn heldinnen - dat is dan weer het voordeel van fictieve personages. U ziet het, ik heb er veel voor over om u te zijner tijd een goed boek te bezorgen.

Dat onderdompelen is denk ik ook de reden dat ik geen thrillers schrijf. Ooit heb ik een verhaal geschreven waarbij een feestje in een boerenschuur flink uit de hand liep en er nadien hele nare dingen gebeurden met de jonge meisjes die gezellig aan het feesten waren. Ik leefde me zo in dat ik een week na het neerschrijven van die scène nog misselijk was. Dat doe ik dus liever niet meer, want mijn leven moet wel een beetje leuk blijven. Tegenwoordig probeer ik het wat gezelliger te houden. De afgelopen week heb ik op Ameland gezeten. Nou ja, fictief dan, hè? Wat een prachtig eiland is dat toch. Ik heb heerlijk gewandeld, een prachtige rit gemaakt met de Strandexpres en genoten van de zonsondergangen die de wadden in een zachtoranje licht zetten. Met de liefde schiet het nog niet echt op, maar dat komt omdat ik pas halverwege in het verhaal ben. We zijn nog een beetje bezig om elkaar te leren kennen. Fladderende vlinders en sneller kloppende harten zijn er al wel, wat mij veel deugd doet. Wie denkt er nu niet graag terug aan die allereerste tekenen van een heerlijk zorgeloos verliefd zijn?

Het echte leven gaat ondertussen wel gewoon door. Zoals u weet lopen wij met de feestdagen dit jaar een week op jullie achter, dus Hemelvaart hebben wij afgelopen donderdag gehad en de Pinksterdagen die u dit weekend beleeft staan ons volgende week pas te wachten. Hemelvaartsdag gaat in ons buurdorp Kala Nera gepaard met een voor onze Nederlandse begrippen wat vreemde ceremonie. Dan worden namelijk de paarden gezegend door de Papa van de Orthodoxe kerk. Toen wij hier net woonden, was dat een typisch klein dorps feestje. Een stuk of tien paarden uit het dorp reden in optocht naar de pier aan de haven, waar papa Kostas en een handvol notabelen hen opwachtte. Eromheen, in een grote kring, stonden dan de andere dorpelingen. Ik herinner me nog goed het wankele klaptafeltje met daarop een grote zilveren schaal gevuld met wijwater. Daarin doopte papa Kostas een bijeengebonden bosje laurierbladeren, waarna hij met uitbundige gebaren de paarden en hun berijder één voor één met het heilige water besproeide en de ruiters het kruis aanbood dat ze dan moesten kussen.

Nu is papa Kostas niet zo groot, dus de ruiters bevonden zich meestal een heel stuk boven hem. Het gebeurde dan ook regelmatig dat hij flink moest springen om dat kruis te laten kussen. Dat leverde natuurlijk veel hilariteit op, zo’n springende papa. Ik verdenk hem ervan dat hij dat expres deed, want aan zijn glunderende gezicht te zien had hij bij dergelijke capriolen zelf de grootste lol. Na die zegening draaiden de paarden en hun berijders zich om naar de zee en draafden ze het water in. Dat was een spectaculair gezicht, al die grote beesten zwemmend in de golven. Als ze er weer uitkwamen, was het badseizoen officieel geopend en werd het klaptafeltje opgeborgen tot het volgende jaar. De ruiters draafden met hun paarden naar de dichtsbijzijnde kroeg, waar ze met zijn allen een tsipourootje dronken en vervolgens in een wilde galop over het strand naar het volgende dorp reden. Daar werd nog meer tsipouro gedronken en tegen de tijd dat ze uren later weer terugkwamen werd het feest in het dorp hervat met muziek, dans en nog meer tsipouro, zoals dat al eeuwenlang gaat in kleine Griekse dorpjes.

Naarmate er meer toeristen op deze toch wel spectaculaire ceremonie afkwamen, werd het feest groter en werden er meer veiligheidsmaatregelen ingesteld. Dat moest wel, want paarden blijven paarden, en de Pilion-paarden zijn niet de meest tamme dieren die ik ken. Ze willen nog weleens steigeren, zeker als hun berijders een tsipourootje op hebben en hun medebroeders willen laten zien welke kunstjes ze allemaal kunnen uithalen. De sirtaki dansen rond en onder een steigerend paard om halftwee ’s nachts is een stunt die ik niet graag na doe. Sinds een jaar of drie is het zegenen van de paarden uitgegroeid tot een zeer groot feest, waarbij belangrijke papa’s uit de regio vanaf een podium onder een baldakijn toekijken hoe papa Kostas het doet. Die springt nog weleens, maar niet meer zo uitbundig als vroeger. De optocht is veel langer geworden met behalve de Pilion-paarden een lange optocht van paard-en-wagens en kleurrijke dansgroepen uit de regio. Overal in het dorp staan meerdere podia waar beroemde zangers en zangeressen via geluidsboxen hun liedjes ten gehore brengen. Het publiek bestaat inmiddels uit tegen de duizend mensen in plaats van de tientallen die ik van vroeger ken. Voor de economie van het dorp is het natuurlijk fantastisch, want al die toeschouwers willen lekker eten en drinken en dat spekt de dorpskas. Ik gun het ze met heel mijn hart, maar denk toch met een tikje weemoed terug aan de tijd dat al die poespas er nog niet was en wij zo’n beetje de enige buitenlanders waren die samen met de dorpelingen om dat wankele klaptafeltje stonden.

Ikzelf heb dit jaar het zegenen van de paarden overgeslagen. Die grote drukte hoeft van mij niet zo, dus vond ik het prima om vanachter mijn computer met de ferry naar Ameland te varen. Daar was trouwens ook een feestje aan de gang: ik vierde het veertigjarig huwelijksfeest mee van de ouders van mijn hoofdpersoon Lotte. Dus al met al heb ik toch nog een feestje gehad op Hemelvaartstdag - al heb ik de tsipouro wel een beetje gemist ;-)

Yiassou uit Pilion!

Wilma Hollander

 

 

 

Gerelateerd
Reacties