Terug in de Steentijd in de bieb

11-02-2015 Nieuws Redactie

Fotografie: Ron van Rossum

VLAARDINGEN - De tentoonstelling ‘Expeditie Steentijd’ is van 9 februari t/m 12 maart 2015 te zien in de bibliotheek aan de Waalstraat. De tentoonstelling begon in Vlaardingen, ging in 2009 op reis in Nederland, kwam op Texel, in Zeeland en Zuid-Limburg, en is nu weer terug in Vlaardingen. De tentoonstelling is inmiddels door ruim 130.000 bezoekers bekeken. Er zijn vondsten te zien uit de Vlaardingen-cultuur, die in Vlaardingen en op andere plaatsen in Nederland gedaan zijn.

In 1958 en de jaren erna stond Vlaardingen in het middelpunt van de belangstelling van archeologen. Voor het eerst kwamen in West-Nederland zeer goed geconserveerde resten uit de Steentijd aan het licht, zoals resten van een woonplaats. Deze spectaculaire ontdekkingen leidden destijds tot krantenberichten met als kop ‘Eerste huis van Nederland stond in Vlaardingen’. De vondsten waren zo uniek dat ze een nieuwe naam kregen: de Vlaardingen-cultuur. Daarna zijn er ook op vele andere plaatsen in Nederland resten van deze cultuur ontdekt. Vandaag de dag staat de Vlaardingen-cultuur voor de periode van 3500 tot 2500 voor Chr.

Aan de hand van de vondsten uit Vlaardingen, maar ook uit andere gebieden, is in de tentoonstelling te zien hoe de Vlaardingen-mensen in de Steentijd leefden. In het moerassige landschap bouwden ze kleine nederzettingen op de hoger gelegen oevers van kreken en op oude rivierduinen. Daar hielden ze zich naast de traditionele jacht ook bezig met veeteelt en akkerbouw. De tentoonstelling toont ook wat vooraf ging aan deze cultuur en wat er na deze cultuur kwam.

Vlaardingen-cultuur

In 1958 kreeg gemeentelijk opzichter en amateurarcheoloog Cees Wind een opmerkelijke vondst in handen. Bij de aanleg van de Westwijk had de 16-jarige Gerrit Ouwehand een vreemde, langwerpige steen gevonden en Cees Windt herkende in de steen een prachtige gepolijste vuurstenen bijl uit de Steentijd. In de jaren 1959-1964 voerde de Universiteit van Amsterdam opgravingen uit die in het hele land grote aandacht kregen. Vijfduizend jaar geleden woonden hier mensen in een moerassige omgeving vol kreken en bossen. Ze maakten aardewerk, hielden vee en verbouwden graan, maar graten van vissen en botten van wilde dieren tonen aan dat ze er vooral leefden van jacht en visvangst. In het drogere noorden en zuiden van het land waren de mensen al ‘fulltime’ boeren. De voorwerpen van vergankelijk materiaal bleken heel goed geconserveerd, doordat ze door de natte bodem luchtdicht waren afgedekt. De archeologen vonden gereedschappen van been en gewei, voedselresten, een berentand-amulet, stukjes touw, maar ook de houten palen van huizen en zelfs een fuik die van twijgen was gevlochten. Stuk voor stuk vondsten die zelden voorkwamen bij andere opgravingen. Ook het aardewerk, vaak voorzien van gaatjes onder de rand, was opmerkelijk: het leek niet op het aardewerk van de hunebedbouwers die in dezelfde periode in het noordoosten van het land leefden.

In ruim 55 jaar is het aantal vindplaatsen met sporen van de Vlaardingen-cultuur gegroeid. We weten nu dat de Vlaardingen-mensen leefden in het Nederlandse en Belgische kustgebied, langs de Waal en de Maas tot aan Nijmegen, en op verschillende plaatsen in Noord-Brabant. De vindplaatsen tonen wel verschillen. Sommige lijken tijdelijke kampen, waar werd gevist en gejaagd. Andere lijken meer op permanent bewoonde boerennederzettingen.



Gerelateerd