Meubelfabriek ten prooi aan de vlammen

19-03-2018 Nieuws Redactie

foto: Stadsarchief Vlaardingen

VLAARDINGEN - In dit voor Vlaardingen historische jaar waarin we de Slag bij Vlaardingen van het jaar 1018 herdenken, brengt Vlaardingen24 iedere dag een verhaal uit het Vlaardingse verleden. We doen dat aan de hand van een oud krantenbericht. Vandaag 19 maart 1935: Meubelfabriek ten prooi aan de vlammen. 

Te Vlaardingen heeft in den afgeloopen nacht een groote fabrieksbrand gewoed, waardoor de meubelfabriek van J. Leewis, gelegen aan de Wilhelminahaven te Vlaardingen, totaal is verwoest. Het vier verdiepingen hooge gebouw, waarin geschilderde en laqué-meubelen werden vervaardigd, is totaal uitgebrand, terwijl een terzijde gelegen zoutkeet door het instorten van een muur, die daarop terecht kwam, grootendeels werd vernield. 

Ten Oosten van het fabrieksgebouw staat een huis, waarin in de benedenverdieping het kantoor van J. Leewis is ondergebracht. Op de bovenverdieping van dit gebouw, woont de directrice der Vennootschap, mevrouw Leewis. Te ongeveer kwart voor twee vannacht werd mevrouw Leewis wakker, vermoedelük door het breken van ruiten. Toen bemerkte zij, dat in de fabriek brand was uitgebroken. Zij waarschuwde onmiddellijk de brandweer en de politie en binnen zeer korten tijd was de brandweer met volledig materiaal, bestaande uit twee motorspuiten en twee zgn. 'vuurvreters' aanwezig. Onder leiding van den opperbrandmeester P. van den Berg werd het vuur zoowel aan de Oostzijde als aan de Westzijde met tweemaal vier stralen aangepakt. 

De brand is vermoedelijk ontstaan op de tweede verdieping van het hooge gebouw in de zgn. witwerkerij. Aanvankelijk liet het zich niet aanzien, dat de brand een zoo geweldigen omvang zou aannemen als later het geval was. Het vuur breidde zich snel uit door de groote voorraden afgewerkte en onbewerkte meubelen, die in de fabriek aanwezig waren. Na korten tijd had het vuur zich over de geheele tweede verdieping verspreid. Toen was het niet meer te houden en tastte het ook de derde en later ook de vierde verdieping aan. Over de geheele diepte van het gebouw woedde de brand. 

De brandweer zag in, dat men met het aanwezige materiaal het vuur niet meester zou worden en om kwart voor drie werd besloten assistentie te vragen van de drijvende stoomspuit De Oude Maas van het Havenbedrijf Vlaardingen-Oost. Ook de in reserve zijnde oude motorbrandspuit werd gerequireerd. De brand bleef zich voortdurend uitbreiden en om drie uur stonden ook de vierde verdieping en de zolder in lichter laaie en brandde het gebouw als een fakkel. De geheele omtrek werd door de fantastisch omhoog schietende vlammen verlicht. 

Juist toen tegen half vier de oude motorspuit ter plaatse was en met elf stralen water gegeven werd, stortte het dak van het gebouw met een geweldig geraas in. Een oogenblik doofde het vuur, dat echter onmiddellijk daarop weer fel oplaaide. Het neerstortende dak trok aan de westzijde een gedeelte van den gevel mee naar beneden, dat terecht kwam op de aan die zijde staande zoutkeet van de firma C. van den Burg, een laag gebouw, dat tengevolge hiervan grootendeels vernield werd. Ook aan de oostzijde werd een gedeelte van den zijgevel meegesleurd, dié hier echter in het brandende gebouw terecht kwam.

Het duurde tot ongeveer kwart voor vijf, voordat men kon zeggen dat men den brand meester was en gevaar voor uitbreiding — achter de zoutkeet van de firma Van den Burg was nog een groote houtopslagplaats — geweken was. Maar toen bleek ook, dat het fabrieksgebouw totaal was uitgebrand. Omtrent de oorzaak-van den brand tast men nog in het duister. Op de witwerkerij, waar men meent dat de brand kan zijn uitgebroken, wordt overdag een kachel gestookt, maar deze blijft des nachts nooit aan. Het personeel van de fabriek, waar op het oogenblik ongeveer 27 man werkten, was gisteravond om zes uur naar huis gegaan, en na dien tijd was er niemand meer in de fabriek geweest.

Gerelateerd
Reacties