Een verschrikkelijk leven

14-04-2018 Nieuws Redactie

foto: Stadsarchief Vlaardingen

VLAARDINGEN - In dit voor Vlaardingen historische jaar waarin we de Slag bij Vlaardingen van het jaar 1018 herdenken, brengt Vlaardingen24 iedere dag een verhaal uit het Vlaardingse verleden. We doen dat aan de hand van een oud krantenbericht. Vandaag 14 april 1906: Een verschrikkelijk leven.

Een predikant, die een reis met het hospitaalschip De Hoop heeft meegemaakt, geeft in de Nieuwe Vlaardingse Courant een ralaas van de ervaringen die hij opdoet over hejt leven van de vissers op zee 

,,Het schijnt'', schrijft hij, ,,dat sommige mannen aan boord een verschrikkelijk leven hebben. Wanneer een bemanning uitsluitend uit personen van één plaats bestaat, en er zich één enkele vreemdeling onder bevindt, wordt deze stelselmatig getergd. Dit geldt vooral van degenen die uit het binnenland komen en oorspronkelijk geen visschers zijn. 

Op Baltasound ontmoette ik een jongenman met een hoogst fatsoenlijk uiterlijk. Hij was gehuwd en afkomstig uit Haarlem, waar hij vroeger tamelijk welgesteld geweest was. Door achteruitgang in zaken was hij gedwongen geworden om te monsteren. Hij was nu kortweg wanhopend; daar hij natuurlijk niet terstond in het werk aan boord geoefend was, had men hem op allerlei wijze mishandeld, geboycot en vervloekt. En nu zwierf hij rampzalig in die woestenij rond. Ik zocht hem te troosten en onder de prediking van het Woord, voor het eerst van zijn leven, was hij een aandachtig hoorder. 

6 Juli werd voor den rechter gebracht een jongeman uit Stavoren, die zoolang door zijn medeschepelingen getergd was, dat hij geheel gekleed in het water was gesprongen, zijn leven moede. De politie had hem opgevischt en in zijn natte pak had hij bijna 20 uur in de gevangenis gezeten. Ik hield een warm pleidooi voor hem en hij werd zonder boete losgelaten. Het lot van zulke menschen, midden op zee, en zonder beschermers, overgeleverd aan zulk een bende, moet soms verschrikkelijk zijn. Het spreekt vanzelf dat hier een zware verantwoordelijkheid rust op den schipper als gezagvoerder. 

Een dergelijk geval deed zich ook voor den 4den juli. Een paar deserteurs, die om de Hall zwierven, deelden ons mede dat er een Hollander ronddoolde, die niet al te wel bij het hoofd was. Zij brachten hem op ons verzoek in de Hall. De schipper had tegen hem gezegd, dat hij maar op moest rukken en was zonder hem weggevaren, omdat hij onbruikbaar was. Nu, dat laatste geloof ik wel; hij zag er recht simpel uit en had al een paar malen in een krankzinnigengesticht gezeten. Zijn familie meende, dat de zee hem goed zou doen. Maar de schipper, die hem meegenomen had, had toch geen recht hem zoo maar de wijde wereld in te jagen. Hij maakte een treurig wanhopigen indruk.

Gerelateerd
Reacties