Column: Paparazzi

16-04-2016 Nieuws Bas van Toor

Ik heb in de loop der jaren een inlichtingendienst opgebouwd van verpleegsters en doktoren die mij er geregeld op attent maken dat er ergens een kind ernstig ziek is en wel eens een clown in plaats van een dokter op visite wil hebben, om hem of haar een beetje op te fleuren in de nadagen van hun zo jonge leven, die ze meest doorbrengen in huiselijke kring. 

Meestal gaat mijn vrouw of een van mijn dochters mee want ik moet altijd iemand bij me hebben om via hen een beetje te dollen. Je komt tenslotte als clown en niet om de maat van de kist op te meten. Maar als zij niet kunnen, kan ik altijd een beroep doen op een van mijn vrienden. Broer Aad ging vroeger ook veel mee, maar sinds een jongen van veertien jaar bij het weggaan Aad door het plastic van zijn isolatietent vastgreep en hijgend vroeg: ‘Adriaan, jij weet toch alles? Ik ga dood, weet jij wat dat is? Kan jij me helpen?’ niet meer. Want Aad heeft toen zeker anderhalf uur met die jongen zitten praten, maar was daarna twee weken lang zo van slag af (een acrobaat is tenslotte ook maar een mens) dat ik zei: ‘Ik doe voortaan wel de zware gevallen.’ Niet dat ik nou zo’n harde ben, maar de kinderen zien Adriaan als een soort supervader die alles weet. Ik kan mij achter die pruik, schmink en rode neus toch mooi verbergen en op al te intelligente vragen doodleuk zeggen: ‘Goeie vraag. Dat weet ik ook niet.’ 

Goed, maar mijn vrouw kon niet. Dochters ook niet. Toen maar een gabbertje van me gebeld, Joop van Tellingen. ‘Wat zegt u?’ Ja, je weet wel, die fotograaf die door menigeen werd verguisd. Maar zijn foto’s werden meer bekeken dan die van alle zogenaamde kwaliteitskranten fotografen bij elkaar. Joop was privé een moordgozer waar ik zelfs mee op vakantie ging. Met onze vrouwen bezochten we gezamenlijk menig goed restaurant, waarbij het eten dikwijls bijzaak is, maar de lach hoogtij vierde. Wist u overigens dat Joop een aantal jaren geleden een Koninklijke onderscheiding heeft gekregen van niemand minder dan Prins Willem Alexander. Deze ontdekte Joop namelijk op het vliegveld Kloten, bij Zürich in Zwitserland, achter een pilaar met zijn camera in de aanslag. Toen nog Prins Willem Alexander liep naar hem toe en zei: ‘Hé, van Tellingen, jij hebt nou al genoeg momenten van  mijn leven verziekt.’ En dit zeggende gaf hij Joop een knal voor zijn kop waaruit een blauw oog voortsproot waar je een punt aan kon draaien. Met die knal gaf Willem naar mijn smaak aan uit het goede hout gesneden te zijn en wij voor de toekomst van Nederland qua koning niet zo benauwd hoeven te zijn. Joop vertelde dit verhaal te pas en te onpas op feestjes en dergelijke. De ruzie was na een tijdje bijgelegd en Joop had het er af en toe over alsof ‘Lex’ zijn golfmaatje was.  

Dus Joop gebeld. ‘Hoe is ie jochie? Wat zeg je, ziek kindje bezoeken? Doen we toch. Waar en hoe laat zien we elkaar?’ Ik noemde een benzinepomp in de buurt van Alkmaar en de tijd. ‘Wat zeggie jochie? Camera thuis laten? Hé gek, ik was niet eens van plan om hem mee te nemen.’ Toen ik met feestneus op bij het afgesproken tankstation arriveerde stond Joop al op de parkeerplaats te wachtten. ‘He jochie! Hoe is het? Thuis ook alles goed met de kids? Fijn, fijn.’ Onderwijl stapte Joop in mijn auto en samen reden we naar het huis van het zieke kindje. Af en toe gek aangestaard door passerende automobilisten, die pas 50 meter verder doorkregen wie wij waren en zich dan weer door ons in lieten halen. Waardoor wij misschien wel verantwoordelijk waren voor de file die later op de radio gemeld werd. U leest het al: bescheidenheid is niet mijn grootste deugd.

We reden een volksbuurt binnen, die er net zo uitzag als waar we zelf opgegroeid waren. Joop in Utrecht en ik in Vlaardingen. Tuintjes voor de deur en een geboend straatje. Toen we voor de deur uitstapte koekeloerden de buren gewoontegetrouw achter de gordijntjes en de kinderen vroegen:  Ben jij de echte Bassie?’ Waarop ik lachend zei.: ‘Nee hoor. Ik ben nep. De echte is veel te duur.’ De deur ging open en een verbaasde vrouw zei: ‘Bent u Bassie?’ Ik zei: ‘Ja, maar niet de gewone Bassie. Ik ben Bassie van Bassie & Adriaan en dit is een vriend van mij. We komen op visite. Want er is hier een heel lief ziek vriendinnetje van ons.’ Het door leed gegroefde gelaat van de moeder klaarde op en ze zei: ‘Komen jullie maar naar binnen.’  

We kwamen binnen in een eenvoudig maar kraakhelder huisje. In de kamer lag een meisje op de bank met een kaal koppie van de chemokuur, die ondanks alles, ons toch lachend aankeek. Ik schatte haar ongeveer zes jaar oud. Ik stelde me voor als Bassie van Adriaan tot Clownsbrug en Lolsma. Het meisje moest lachen en het ijs was gebroken. De gebruikelijke Bassiepop viel in goede aarde. Net zoals de videobanden en een grote zak met snoep van Joop. Die was zo groot dat je er de hongerwinter mee door kon komen. We dolden wat en slaagden er in het meisje te laten lachen. Na een kwartier werd er gebeld. Ik vroeg: ‘Nog meer visite?’ ‘Nee,’ zei het meisje, ‘dat is mijn zusje die uit school komt.’ Op dat moment komt er een meisje binnen van dezelfde leeftijd en zij leek als twee druppels water op het kind wat tussen ons in zat.  

Alleen dat verschil. Naast ons zat er een met een kaal koppie en voor mij stond er een met mooi lang blond haar. Een foto aan de muur van twee vrolijke meisjes van 4 jaar met een witte strik in het haar bevestigde mijn vermoedens. Het schoot door mijn hoofd: Verdomme! Het is een tweeling! ‘Ome Joop’ zei ik. ‘Haal effe de cadeautjes voor die andere mooie meid uit de auto.’ En ik gooide mijn autosleutels naar hem toe. Joop begreep de hint en even later kwam hij terug met een Bassiepop en een stapeltje videobanden. Een kind is tenslotte een kind. En je kan niet zeggen: ‘Jij krijgt geen cadeautje. Want jij bent niet ziek.’ 

Het werd gewoon een leuk half uurtje. Joop en ik kregen een zogenaamde ruzie omdat we niet konden uit maken wie met wie verkering had. De moeder zei: ‘Ik zou best een foto willen hebben van Bassie, mij en mijn dochters.’ Even later kwam ze met een klein fototoestelletje aan en ze vroeg Joop of hij de foto zou willen maken. Ze had Joop niet herkend en vroeg terwijl Joop het kartonnen cameraatje zo goed als mogelijk bediende: ‘Weet u hoe die werkt?’ Normaal had ik hier om gelachen, maar toen even niet. Om de lach op de beide meisjes hun gezicht te krijgen zei ik nog: ‘Dat kan hij niet. En dat worden vast geen mooie foto’s.’ Joop maakte de foto’s met zo’n precisie of dat hij Willem Oltmans en Erica Terpstra  in een klein hotelletje betrapt had, wat mij inderdaad een scoop leek.  

Na het derde kopje koffie gingen wij met veel klapzoenen de deur uit. Samen reden we naar de plek waar Joop zijn auto stond. Alle twee zeiden we niets. Op de parkeerplaats aangekomen, bleven we nog zeker vijf minuten stil zitten zonder wat te zeggen. Tot Joop de stilte verbak en fluisterde: ‘He jochie, zag je dat? Het was een tweeling. Verdomme… De een blijft leven en de ander is er over een paar maanden niet meer.’ Ik knikte verdrietig en zag twee grote tranen onder Joop zijn dikke brillenglazen naar beneden biggelen. Fluisterend zei ik toen: ‘Sterk spul hé, die Fishermans friend?’ Joop stapte uit en zei niets. Hij liep zo naar zijn auto, maar kwam toch nog even langs rijden. Hij draaide het raampje open en zei: ‘Sorry jochie, ik vergat je gedag te zeggen. Tot de volgende keer.’ En hij reed weg.  

Een week later kwam er met de post een envelopje met foto’s. Met de groeten van de tweeling en een dikke zoen voor ons allebei. Pracht foto’s. Ze zouden zo de zilveren camera winnen, zei het niet dat wij met zulke foto’s geen prijzen willen winnen. Dat hou je voor jezelf. Een paar maanden later zat er een roze envelop tussen de post, zo een waarvan ik er naar mijn smaak al veel te veel van heb in een doos die ik in de onderste lade van mijn bureau heb staan. Er zat een klein briefje bij. Bedankt, voor wat jullie nog voor ons dochtertje in haar korte leven gedaan hebben. Wilt u dat ook tegen die andere meneer zeggen die bij u was?  

Dit verhaal speelde zich twintig jaar geleden af en uit piëteit voor de ouders heb ik de plaatsnaam veranderd. Mijn gabber Joop van Tellingen verloor zelf op 13 september 2012 de strijd tegen blaaskanker. 

Bas van Toor
www.clownbassie.nl

Reacties