Column: Bifi

28-11-2015 Nieuws Bram Keizerwaard

Sinds mijn echtgenote en uw columnist niet meer deelnemen aan het arbeidsproces, vertonen we allerlei tekenen van veroudering. De elektrische fiets hadden wij al maar sinds kort hebben we een nieuw kenmerk van een ouder wordend echtpaar aangeschaft: een boodschappentrolley. Zeg maar een bejaarde met oplegger. Regelmatig kunt u ons als een modernere uitvoering van meneer en mevrouw De Bok, zien schuifelen naar het winkelcentrum in onze wijk. Vorige week schoven we de speelgoedwinkel binnen om iets leuks uit te zoeken voor onze kleinkinderen.

Trots pakte ik een mooie geschenkdoos met vingerverf uit het rek en toog ermee naar de kassa. Halverwege werd het pakket zachtjes, doch resoluut uit mijn handen gehaald en teruggelegd door mijn vrouw.

“Je hebt toch wel gelezen dat vingerverf schadelijke bestanddelen bevat” riep ze mij toe.

Ik dacht met veel plezier terug aan mijn jeugd waarin ik onbezorgd vingerverfde en af en toe, op de kleuterschool, likte aan het plastic lepeltje dat in het Glutonpotje stond. Ongetwijfeld zal het schadelijk geweest zijn, maar tot nu toe ben ik aan de gevolgen ontsnapt.

De ballonnen vielen af omdat stukjes rubber door vogels kunnen worden opgepikt en evenzo lag er een taboe op speelgoed dat in lagelonenlanden door kinderhandjes in elkaar was geknutseld en plastic speelgoed bevatte gevaarlijke weekmakers.

Vervolgens liepen we langs de sigarenboer. Verlekkerd keek ik naar de mooie Cohiba sigaren die ik nog wel eens wist te bietsen van mijn goede collega Jos Storms. Maar ja, tabak is helemaal off limits en waar zou je die moeten roken, nu zelfs in de tuin de rijdende rechter zijn hoofd over de schutting kan steken en het Europese Hof al wenkt?

Er zat nog steeds niets in onze trolley toen we de supermarkt binnenschuifelden. Ik koerste rechtstreeks af op het mooie apparaat waar de verse sinaasappels in enkele ogenblikken als sap in een mooie fles terecht komen. Nog voordat ik de knop beroerde wees mijn lieve vrouw mij erop dat bij Humberto Tan een gezondheidsgoeroe had verteld dat vruchtensap het nieuwe vet was. Sap wordt suiker en suiker wordt vet.

Verbeeldde ik het mij nu of hoorde ik echt mijn naam roepen door de grillworst die net uit de oven kwam? De lekkernij bleek overigens een roepende in de woestijn want de gezondheidsraad had juist die week een oekaze rondgestuurd met de alarmerende boodschap om al het  bewerkte vlees te mijden.

De plofkip lieten we uiteraard links liggen en ook de Tilapia kwam niet door keuring (teveel antibiotica). Even probeerde ik nog een sixpack Cola-light in het winkelwagentje te leggen maar de aspartaam zorgde ervoor dat de zes blikjes weer in het schap terecht kwamen.

Met een paar heel gezonde maar o zo saaie voedingsmiddelen liepen we naar de kassa.

Achter de kassa stond de bedrijfsleider te wachten en vroeg mij  even mee te gaan naar het kantoor. Daar aangekomen wachtten twee levensgrote politieagenten mij op.

De bedrijfsleider wees op een camera waarop duidelijk te zien was hoe ik stiekem een bifi worstje in mijn binnenzak stak.

“Dat is diefstal”, merkte hij op. De agenten knikten heftig mee.

“U heeft gelijk”, antwoordde ik.

Eén van de agenten haalde het bonnenboekje uit zijn borstzak.

“Kom maar op met die boete”.

Ik haalde de worstjes uit de verpakking en de agent liet mij het bedrag van de boete zien.

“Iedere cent waard” zei ik terwijl ik de twee worstjes tegelijkertijd in mijn mond stak.

Gerelateerd